De polyvagale theorie van S. Porges en de implicaties voor relatie- en traumatherapie

De polyvagale theorie van S. Porges, geïntroduceerd in 1994, biedt vernieuwde inzichten over hoe het gehele zenuwstelsel werkt. Porges deed onderzoek naar de werking van de nervus vagus, de ´zwervende zenuw´. Hij is de persoon die de belangrijkheid van de nervus vagus heeft aangestipt.

De polyvagale theorie blijkt een enorme ´lijm´ te zijn tussen heel wat van mijn professionele activiteiten: mijn werk als therapeut, relatietherapeut en hartcoherentiecoach.

Willen we trauma begrijpen en willen we ons (autonoom) zenuwstelsel herstellen dan moeten we de werking van het autonoom zenuwstelsel, en meer specifiek de werking van de nervus vagus, begrijpen.

S. Porges vroeg zich af wat ons als zoogdieren van roofdieren, reptielen en vogels onderscheidt. Porges ontdekte dat zoogdieren zich sociaal engageren ten opzichte van elkaar. Porges vond door zijn onderzoek de neurofysiologische basis voor emoties, hechting, communicatie en zelfregulatie.

De polyvagale theorie geeft inzichten over

- hoe we als mens veiligheid vinden
- hoe we als zoogdieren ons met anderen sociaal verbinden
- hoe we de werking van het autonome zenuwstelsel kunnen begrijpen wanneer er zich een ´shut down´ of ´freeze´-respons zich voordoet

De inmiddels wetenschappelijk onderbouwde en bewezen theorie heeft belangrijke implicaties op verschillende terreinen:

- partnerrelatietherapie
- pedagogie en de wijze waarop we kinderen opvoeden en bejegenen
- traumatherapie
- lichaamswerk

De polyvagale theorie biedt inzichten in bepaalde lichamelijke chronische klachten zoals chronische vermoeidheid, chronische (spier) pijn... Je kan al snappen waarom de polyvagale theorie mij boeit.

Ons autonoom zenuwstelsel

Het autonoom zenuwstelsel is het stuk van het zenuwstelsel dat automatisch en dus zonder bewuste controle functioneert.

Het autonoom zenuwstelsel is (evolutionair) gebouwd om veerkracht aan de dag te leggen zodat een organisme zich feilloos aan een veranderende wereld kan aanpassen.

Het autonome zenuwstelsel regelt heel wat lichaamsprocessen automatisch: de werking van het hart, de bloeddruk, de vertering, de ademhaling enz... Je hoeft bijvoorbeeld geen bewuste aandacht te geven aan het hart om het te laten werken.

Voor de polyvagale theorie van S. Porges werd in de traditionele literatuur het autonome zenuwstelsel in twee takken verdeeld:

1. de sympaticus: de 'GAS' - het 'vecht- en vluchtsysteem'
2. de parasympaticus: de 'REM' - het 'rust- en herstelsysteem'

S. Porges vroeg zich af waarom het herstelsysteem bij zoveel mensen niet meer functioneerde met als gevolg chronische condities, zowel lichamelijk als psychisch. Wat maakt dat mensen niet meer vlot tussen rem en gas kunnen schakelen, tussen rust en activatie?

Wat de polyvagale theorie ons leert is dat de eenvoudige opdeling ´rem & gas´ onvolledig is! De werking van ons zenuwstelsel is veel genuanceerder, complexer en interessanter.

S. Porges leert ons dat de werking en anatomie van het parasympatische stuk van het autonome zenuwstelsel, wat als het ´rust- en herstelsysteem´ gekend is, verder opgedeeld kan worden. De ´koningin´ van het parasympatische zenuwstelsel is de tiende hersenzenuw, ook bekend als de ´zwervende hersenzenuw´ of de ´nervus vagus´. De nervus vagus bestaat uit verschillende takken (vandaar de ´polyvagale´ theorie) en deze takken staan in voor verschillende neurologische processen. De nervus vagus verbindt de hersenen met het lichaam en is verantwoordelijk voor de ´mind-body´-connectie.

Drie ´condities´, staten of neurologische processen

Wanneer we ons overlevingsinstinct en de mechanismen van zelfregulatie onderzoeken, kunnen we drie neurologische processen onderscheiden:

1. IMMOBILISATIE PARASYMPATISCH ZENUWSTELSEL
2. MOBILISATIE SYMPATISCH ZENUWSTELSEL
3. SOCIAAL VERBINDEN PARASYMPATISCH ZENUWSTELSEL

Deze drie ´statussen´ zien we terug in de evolutie. De meest recente evolutie vinden we bij zoogdieren die in groep zijn gaan leven. Zoogdieren hebben de mogelijkheid om veiligheid in de groep te installeren. Bij wilde dieren is er alleen eten of opgegeten worden, vluchten en vechten (mobilisatie). Bij reptielen zie je vaak de ´shut down´ of ´freeze´-respons (´voor dood spelen´ of immobilisatie).

De drie ´statussen´ zien we terug in onze fysiologie. Afhankelijk of het veilig is, er gevaar dreigt of je in levensgevaar bent, zal er telkens een ander stuk van onze fysiologie domineren.

autonoom zenuwsstelsel opsplitsing

Opdeling in het parasympatische zenuwstelsel

S. Porges leert ons dat het parasympatische zenuwstelsel twee afdelingen met heel verschillende functies kent. Hij ontdekte dat de vagus twee evolutionaire afdelingen heeft: de oudste is te vinden aan de achterkant van ons lichaam - de dorsale vagus - en de meest recente aan de voorkant van het lichaam - de ventrale vagus -.

De dorsale vagus gaat van de oudste hersenen (in het achterhoofd) tot aan de blaas en anus en beïnvloedt alle organen onder het diafragma. Het oudste en grootste deel van de dorsale vagus zit in de darmen en is ook bekend als ´het tweede brein´ (500 miljoen neuronen in de darmwand).
De ventrale vagus loopt van het hart naar het hoofd en in het bijzonder het gezicht. De ventrale vagus verbindt het hart en longen met het gezicht en met de hersenen.

Het parasympatisch zenuwstelsel bestaat niet alleen uit twee takken, we kunnen eveneens twee verschillende snelheden van parasympatische activiteit in de dorsale vagus onderscheiden. Afhankelijk van de omstandigheden, veilige situaties of situaties van overdruk, stress en levensgevaar, kent ons lichaam kwalitatief andere dorsale parasympatische activiteit. Als het veilig is, kent ons lichaam een andere dorsale parasympatische activiteit dan in tijden van gevaar of bedreiging.

Laat me even toe om dit goed uit te leggen.

In tijden van veiligheid zal het parasympatisch zenuwstelsel ´rust, relaxatie en verteringsprocessen´ faciliteren. Wanneer er gevaar dreigt, dan gaat het parasympatische zenuwstelsel in een ´defensie-modus´: ´shut down´ of ´freeze´-modus.

Wanneer een organisme in tijden van gevaar in ´shut down´ of ´freeze´-modus gaat, dan is het dorsale stuk van de nervus vagus actief.

De ´shut down´ of ´freeze´-modus wordt door een laag metabolisme, lage bloeddruk en laag hartritme gekenmerkt. Het systeem gaat in een soort overlevingsmodus.

Wanneer een organisme in rust gaat, dan is eveneens het dorsale stuk van de ´nervus vagus´ actief. Dezelfde tak van de ´nervus vagus´ vertoont activiteit wanneer we in rust zijn, maar de activiteit van de ´nervus vagus´ is kwalitatief anders. We kunnen spreken van ´low tone´ dorsale activiteit bij rust- en herstel. Wanneer we in ´shut down´ of ´freeze´-status functioneren, merken we ´high tone´ dorsale activiteit: activiteit vanuit een andere versnelling als het ware.

Afhankelijk van de omstandigheden en afhankelijk van de geschiedenis van een persoon zal er ´high tone´ of ´low tone´ dorsale parasympatische activiteit zijn: ´immobilisatie´ of ´rust en herstel´-activiteit.

Wanneer we slapen willen we de ´low tone´ dorsale activiteit. We komen dan in een ´rust en herstel´-modus: onze darmen kunnen herstellen, onze darmflora groeit aan, cellen worden gerepareerd, neuronen worden aangemaakt en de immuniteit kan zijn werk doen.

Sociale connectie, veiligheid en ons autonoom zenuwstelsel - de ventrale tak van de parasympaticus

Het is door de ´ventrale vagus´ dat wij spontaan verschillende gezichtsuitdrukkingen hebben bij verschillende innerlijke staten zoals woede, angst, blijdschap, verdriet,... Deze verschillende gezichtsuitdrukkingen blijken universeel te zijn en dus dezelfde in alle culturen. Met de ventrale vagus ´lezen´ wij onbewust de gezichtsuitdrukkingen van anderen om uit te maken of ze veilig zijn. De ventrale vagus ´leest´ ook stemintonaties.

Porges definieerde daarom het ventrale deel als het ´social engagement system´. Het is hoe we op onderbewust niveau veiligheid of het gebrek aan veiligheid in sociale relaties inschatten. Het ´social engagement system´ is de meest recente ontwikkeling van ons overlevings-arsenaal. Het is ontwikkeld samen met de evolutionaire stap om te leven en overleven als zoogdieren in groepen.

De ventrale vagus neemt - als deel van ons overlevingssysteem - voortdurend sociale signalen waar op een niveau ver onder het bewustzijn. Het autonome zenuwstelsel is voortdurend twee zaken in de weegschaal aan het leggen: "is het veilig of niet"? Automatisch en onbewust wordt elke interactie en situatie gescand: "kan ik socialiseren of moet ik vechten en vluchten?". Dit scannen gebeurt zonder nadenken, buiten onze wil, hypersnel en automatisch. S. Porges heeft een term bedacht voor dit automatisch en onderbewuste scannen: ´neuroceptie´.

Als de omgeving als ´veilig´ wordt gedetecteerd, zijn we vrij om ons ventrale ´sociale engagements´-systeem te activeren met ventrale activiteit van de nervus vagus: we voelen ons verbonden, kunnen onze gevoelens exploreren en delen, we gebruiken een breed scala aan gezichtsexpressies en we horen een breed spectrum aan geluiden waarbij we de menselijke communicatie filteren ten opzichte van achtergrondgeluiden. Onze hartslag is relatief laag en kalm en coherent.

Als de omgeving daarentegen als ´bedreigend´ wordt gedetecteerd, zullen we in een poging om het terug veilig te maken ons sociale engagementssysteem engageren. De ventrale vagus, het ´social engagement system´, zal proberen om terug een gevoel van verbondenheid en veiligheid te creëren. Lukt het ons niet om terug veiligheid en verbondenheid te installeren, dan worden evolutionair gezien oudere defensiemechanismen getriggerd.

Wordt de omgeving nog steeds als onveilig bestempeld, dan gaan we over naar ´vluchten en vechten´-modus. Ons sympatisch zenuwstelsel neemt het over en we komen in ´overleef´-modus.

Als het sympatische zenuwstelsel niet kan zorgen voor herinstalleren van de veiligheid, dan neemt het evolutionair gezien het oudste deel van het parasympatische zenuwstelsel over. Wanneer we ons voortdurend onveilig voelen, valt ons lichaam terug op een ´freeze ´-modus, wat dorsale ´high tone´ activiteit is. De ´freeze ´-modus gaat vaak met dissociatie of flauwvallen gepaard.

Zowel in ´vluchten en vechten´-modus als de ´freeze´-modus is een persoon minder in staat zich te openen en zich sociaal te connecteren.

niveau van arousal en autonoom zenuwsstelsel

Omdat deze neuroceptie in relaties erg snel moet gaan is het evolutionair gezien meest recent ontwikkeld deel van de vagus ´gemyeliniseerd´. Myeline is een vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel het axon (de zenuwvezel) omhult. Myeline zorgt ervoor dat zenuwimpulsen sneller worden doorgestuurd naar de hersenen en naar andere lichaamszones. Zonder myeline zou een dergelijk impuls er veel langer over doen om via het axon (de zenuwvezel) een naburige zenuwcel te bereiken. De andere afdeling van de vagus - de dorsale vagus - is niet gemyeliniseerd en reageert trager.

myeline

Pasgeboren baby´s hebben een ventrale vagus die nog niet volledig ontwikkeld is. Bij de geboorte is er nog geen myelineschede rond de ventrale vagus ontwikkeld. Een goed werkende neuroceptie en regulatie is in potentie in elk van ons aanwezig, maar het vraagt een goed afgestemde en veilige context om deze vaardigheden goed te ontwikkelen.

Pasgeboren baby´s hebben nog geen vaardigheden om zich sociaal te gedragen of om zichzelf te kalmeren en te reguleren. Het sociaal verbinden moet gemodelleerd en gestimuleerd worden in interactie met de nabije zorgdragers. Baby´s zijn dus voor hun regulatie en sociale ontwikkeling afhankelijk van hun onmiddellijke omgeving.

Een baby kalmeren, in de ogen kijken, wat zachtjes wiegen, gekke gezichten trekken, en spelen... allemaal noodzakelijk voor de ontwikkeling van een goeie werking van de ventrale nervus vagus.

Oogcontact, emotioneel afstemmen en veiligheid hebben onmiddellijk een effect op ons hartritme. Een veilige omgeving en sociaal verbonden zijn laten ons hartritme dalen: we komen tot rust.

moeder en baby

Proactief of reactief?

Een goed functionerende ventrale vagus is zeer belangrijk omdat alleen een goed functionerende ventrale vagus in situaties die niet over leven en dood gaan, bijvoorbeeld een woordenwisseling over de opvoeding van de kinderen, de automatische vecht- en vluchtreacties kalmeren.

Het stil leggen van de vecht- en vluchtreacties wordt de ´vagale rem´ genoemd. Het parasympatische ventrale stuk is vergelijkbaar met een soort handrem die de ´sympatische motor´ afremt. Als we in rusttoestand verkeren, is deze rem aangetrokken. Bij de minste veranderende omstandigheden (fysieke of mentale stress) wordt de rem beïnvloed. Op deze manier kan het sympatische systeem zich aan steeds veranderende omstandigheden aanpassen en zo het organisme ondersteunen. Het is een fijnafstemming. Zonder dat daarbij zou er onmiddellijk en voortdurend beroep moeten gedaan worden op de drastische en eeuwenoude vecht- en vluchtreacties.

De ´vagale rem´ helpt om proactief in het leven te staan in plaats van reactief. De ´vagale rem´ is een belangrijk stuk van zelfregulering.

Baby´s, peuters en kleuters leren zichzelf te reguleren via de zorgdragers in hun directe omgeving. Ze reguleren zichzelf door co-regulatie. Idealiter heb je via jouw omgeving geleerd om kalm te worden doordat een nabije zorgpersoon voor veiligheid en rust zorgt. Door een veilige context en een context die op het kind is afgestemd, wordt de ventrale vagus getraind om het lichaam tot rust te brengen. De activiteit van de ventrale vagus triggert de ´low tone´ activiteit van het dorsale stuk van de nervus vagus. Het lichaam komt tot rust.

De ventrale tak van de nervus vagus heeft een regulerende en kalmerende werking en laat ons sociaal ´betrokken´ zijn. Wanneer een zorgfiguur zichzelf kon reguleren en afgestemd was op het kind, heeft het kind kunnen leren dat elk niveau van opwinding (het voelen van een ´arousal´) deel is van het leven en kan verdragen worden. Het kind leert emoties te labellen als ´veilig´ doordat een ´arousal´ bekend en behapbaar wordt. Het kind leert te vertrouwen op wat het voelt en leert te vertrouwen op hoe het de wereld begrijpt en ordent.

Bij kinderen met een onveilige basis en niet afgestemde omgeving is de werking van de ventrale vagus minder ontwikkeld. De vecht- en vluchtreflex krijgt vaker de bovenhand in sociale situaties. De ´vagale rem´ kan minder of niet tussen komen.

Vanaf de geboorte leren we hoe we ons sociaal kunnen engageren en hoe we onszelf kunnen kalmeren en reguleren. Zelfregulatie en ons sociale verbinden moeten als het ware door de buitenwereld gemodelleerd worden.

Wat Stephen Porges wetenschappelijk onderbouwde is dat verbondenheid met andere mensen geen luxe is maar een biologisch imperatief!

Dat imperatief verklaart bijvoorbeeld waarom eenzaamheid tot depressie en chronische ziektes kan leiden en waarom mensen met sterke sociale netwerken gemiddeld langer leven en ook sneller genezen. Het verklaart ook de mogelijke levenslange gevolgen van onveilige hechting in de eerste drie levensjaren.

De impact van trauma of chronische onveiligheid

Wat maakt nu dat zoveel mensen niet langer vlot kunnen schakelen tussen ´vechten en vluchten´ en ´tot rust komen en genezen´? De verklaring ligt bij de dorsale vagus en de ´high tone´ activiteit er van.

Laat ons starten met veiligheid en sociale verbondenheid: wanneer we ons veilig voelen kunnen we ´in relatie zijn´ en neemt de ventrale vagus de leiding.

Wanneer we ons in een relatie onveilig voelen (om echte of ingebeelde redenen) neemt de sympaticus onmiddellijk over en wordt het vecht- en vluchtsysteem ingeschakeld. Dat impliceert hogere bloeddruk, sneller en oppervlakkig ademen, ...

Wanneer we opgroeien in een onveilige omgeving wordt onze fysiologie voortdurend geprikkeld. Stresspiek volgt na stresspiek met als gevolg ´vecht en vlucht´-energie die zich in ons systeem opstapelt. Als er een grote dosis overlevingsstress in het lichaam zit, zal het zichzelf proberen te beschermen met een ´shut down´ reactie. De dorsale vagus wordt ingeschakeld met ´high tone´ activiteit.

Een vaak voorkomende reactie op trauma is niet vluchten (sympathische activiteit) maar bevriezen (´high tone´ dorsale activiteit). Dit heeft een evolutionaire reden: reptielen bevriezen bij gevaar. Bij gevaar gaan ze doen alsof ze dood zijn.

Maar hier stopt het verhaal niet. Niet alleen een traumatische gebeurtenis maar ook herhaalde gevoelens van onveiligheid in relaties waarbij we niet kunnen vechten of vluchten zorgen voor een chronische bevriesreactie. De eerder ontwikkelde ´vecht en vlucht´-energie wordt dan telkens onderdrukt. De ´vecht en vlucht´- energie blijft in ons systeem zitten en er ontstaat een chronische dorsale ´high tone´ bevries activiteit. Dit laatste is zeer ongezond.

Wanneer trauma energie in het lichaam vast zit (in onze overlevingsfysiologie, in de organen, in het bindweefsel), bestaat er een grote kans dat volgende twee statussen chronisch worden:

- chronische sympatische activiteit
de persoon is hypervigilant, de aandacht is voortdurend op de externe omgeving gericht om te scannen op gevaar

- chronische ´shut down´-modus
dorsale ´high tone´ activiteit wat zorgt voor een laag metabolisme, lage hartslag, weinig fut, verdovende state, verteringsproblemen,...

Wanneer één van beide statussen chronisch wordt, kan ons systeem nu niet meer zo vlot schakelen tussen sympaticus en parasympaticus. De veerkracht verdwijnt uit de fysiologie. Alles komt vast te zitten. CVS, fibromyalgie, darmproblemen, hoge en lage bloeddruk, hart- en vaatziekten, problemen met de immuniteit, chronische pijn...deze lichamelijke condities hebben vaak gemeen dat het lichaam in een chronische ´freeze´- respons zit of dat het lichaam niet meer tot rust komt.

Ons systeem kan nu niet meer zo vlot schakelen tussen sympaticus en parasympaticus. Veel mensen lijden daarom aan overactiviteit in de sympaticus (hyperactiviteit, piekeren, onrustige benen, niet kunnen stilzitten...) terwijl veel andere mensen juist niet goed meer tot actie of kiezen kunnen komen. Onderliggend aan heel wat lichamelijke problemen is dat het lichaam niet meer goed kan ontspannen en tot rust komen (´low tone´ dorsale activiteit).

Implicaties voor traumatherapie, partnerrelatietherapie

De implicaties van de polyvagale theorie van S. Porges voor traumatherapie, partnerrelatietherapie en de opvoeding van onze kinderen is gigantisch en onmogelijk goed te vatten in één blogartikel. Ik heb niet de ambitie om volledig of belerend te zijn, maar laat mij toe een aantal volgens mij belangrijke inzichten van deze theorie wat woorden te geven.

Wat leert Porges ons als het gaat over traumatherapie?

S. Porges en de polyvagale theorie geeft vernieuwde inzichten om de fysiologie van trauma beter te begrijpen.

Een wetenschappelijke studie (Adverse Childhood Experiences Study) legt een verband bloot tussen de veiligheid die je als kind thuis hebt ervaren en gezondheid op latere leeftijd. De studie maakt gebruik van een schaal van 1 tot 10 (de ACE score). Hoe groter de score, hoe groter de kans om op latere leeftijd geconfronteerd te worden met mentale problemen, chronische ziekte of verslaving.

ACE study

Bij trauma of langdurige onveiligheid gaat het lichaam in een chronische ´vecht en vlucht´-modus of een ´freeze´-modus of een combinatie van beide. Vaak met desastreuze gevolgen voor de gezondheid: CVS, fybro, spijsverteringsproblemen, immuniteitsproblemen... Kinderen die opgroeien in een onveilige opvoedingssituatie kunnen vaak niet vechten of vluchten. Een grote dosis ´overlevingsstress´ blijft zo in het lichaam zitten waardoor het lichaam zichzelf uiteindelijk met een ´shut down´-respons (´high tone´-dorsale activiteit) beschermt.

Willen we genezen van trauma dan hebben we ons autonoom zenuwstelsel te herprogrammeren en hebben we te werken aan de kwaliteit van de zelfregulatie. Genezing ontstaat bij een goeie regulatie in ons lichaam. De dorsale ´low tone´ activiteit kan alleen wanneer de ventrale vagus voldoende actief is. Dit kan onder andere door veiligheid en sociale connectie gestimuleerd worden. Daarnaast is het belangrijk om te leren het lichaam diep te ontspannen.

De meest moderne traumatherapieën zijn gericht op het herstel van de rol van de ventrale vagus. Er wordt in de therapeutische relatie ingezet op veiligheid. Vaak wordt in de therapie de zelfregulering van het zenuwstelsel progressief getraind. De ventrale vagus herstelt zich ook beetje bij beetje door bijvoorbeeld te doen waar je hart blij van wordt en hij kan bijvoorbeeld ook helen door een relatie met een dier of door het ervaren van sociale steun.

Irene Lyon is een Canadese therapeute die een aantal online programma´s aanbiedt die het herstel van het autonome zenuwstelsel bevorderen.

Website Irene Lyon:
  https://irenelyon.com

Het ´social engagement system´ kan geëngageerd worden door zich te richten tot anderen. Spelend met elkaar omgaan of genieten van contact helpt om de ventrale vagus te activeren. Je kan het ´social engagement system´ gaan gebruiken om op zoek te gaan naar ´cues of safety´.

Onderzoek heeft meermaals aangetoond dat na een traumatische gebeurtenis veiligheid en steunende contacten de negatieve effecten van de traumatische gebeurtenissen kunnen verminderen. Dit komt omdat door sociale connectie en veiligheid in de omgeving zelfregulatie wordt gestimuleerd. Door Porges weten we dat de zelfregulatie door de activatie van de ventrale vagus ontstaat. We kunnen onszelf beter reguleren wanneer we met anderen geconnecteerd zijn. Een belangrijk inzicht voor traumatherapeuten en relatietherapeuten.

Van zodra je ventrale vagus is geactiveerd en je weet dat het terug veilig is, kan de dorsale kant van de nervus vagus zijn herstellende werk in het lichaam verder zetten.

De polyvagale therapie is relevant voor partnerrelatietherapie

In een relatie proberen we een veilige haven te zijn voor onze partner. "Are you there for me?" is de vraag die een partner zich onbewust stelt. Ben je er wel voor mij? Wat we van S. Porges leren is dat een veilige haven in een relatie de basis legt voor zelfregulatie. Co-regulatie vormt de basis voor zelfregulatie. Verbinding leidt tot autonomie.

Wat Porges ons vervolgens leert is dat het lichaam hypersnel en automatisch reageert op de buitenwereld. Nog voor we betekenis geven aan iets wat we ervaren, heeft het lichaam reeds gereageerd.

Bepaalde triggers in de buitenwereld kunnen er voor zorgen dat het autonome zenuwstelsel in ´defensie´-modus schiet. Dit gebeurt volledig automatisch, snel en onbewust. Een liefdespartner die iets zegt met een bepaalde intonatie kan de andere partner ongewild triggeren: onbewust en hypersnel gaat het lichaam in ´defensie´-modus waarbij het lichaam met een verhoogde arousal en hartslag reageert. Het verstand probeert vervolgens de ontstane lichaamsarousal te verklaren. Vaak komt het verstand met een verkeerd narratief en wordt dit narratief verkeerdelijk als waarheid aangenomen. Een verkeerde verklaring kan op zijn beurt tot een reactie leiden die de andere partner eveneens triggert. Het drama van actie en reactie ontplooit zich verder...

Het is belangrijk dat beide partners proberen bewust te worden van hun lichamelijke responsen. Een pauze nemen tussen het opmerken van een lichaamsarousal en het cognitief labellen of reageren kan een ´actie-reactie´-cyclus doorbreken waardoor het voor alle partijen veiliger wordt om bij elkaar te zijn.

Vaak zijn we niet bewust van wat ons (in een relatie) triggert. We kunnen ons vaak wel bewust zijn van onze lichamelijke reacties. Ze kunnen ons vertellen dat we even best de pauze-knop indrukken.

Sommige mensen hebben echter in hun kindertijd niet geleerd hoe ze zichzelf kunnen reguleren bij spanning of frustratie. Hun ´vagale rem´ kan minder of niet tussen komen waardoor ze vaak in een ´actie-reactie´-drama-patroon terechtkomen. Ook hier blijkt het belangrijk om de werking van de ventrale vagus te stimuleren.

Voor de opvoeding van onze kinderen

Volgens S. Porges is het de verantwoordelijkheid van volwassenen om zo met kinderen om te gaan dat ze zich veilig voelen. Veiligheid maakt dat kinderen hun automatisch zenuwstelsel uit ´defensie´-modus kan komen. Volgens S. Porges is er geen groei, exploratie en herstel mogelijk zonder veiligheid en rust. Wanneer kinderen in stress gaan, sluiten ze hun mogelijkheden af. Er is veiligheid nodig om te kunnen leren en groeien. Daarmee maakt S. Porges komaf met een oud en hardnekkig idee dat wanneer kinderen te veel bepamperd worden, ze niet hun flink hun best gaan doen. Dit model is volgens hem volledig verkeerd. Veiligheid leidt volgens Porges tot exploratie, kracht en groei, en niet tot luiheid! Het is eerder zo dat een kind niet echt intrinsiek gemotiveerd wordt wanneer het onveilig is, of wanneer een kind schrik heeft voor de consequenties. Creativiteit en groei vragen veiligheid.

En een link met hartcoherentietraining?

Jan Bommerez is een schrijver die het concept ´flow´ uitwerkt vanuit onze fysiologie. Hij schrijft dat ons lichaam diepe ontspanning nodig heeft om optimaal te functioneren (´low tone´ dorsale activiteit). Alleen met een voldoende actieve ventrale vagus kan je diep genoeg ontspannen. Wanneer de ventrale vagus de leiding heeft, krijgt ons systeem de boodschap dat het ´veilig´ is. Onze hartslag daalt, ons hart opent zich en we kunnen nieuwsgierig en verwonderd de wereld instappen. We zijn in ´flow´. Zowel een chronisch overactieve sympaticus als een overactieve dorsale vagus sluiten het hart en verstoren verbinding en deze staat van ´flow´.

Jan Bommerez:
  https://moeitelooslerenleven.com/

In een hartcoherentietraining gaan we de ademhaling aanwenden om het hart in een bijzondere staat te brengen. Wanneer het hart gelijkmatig stijgt en daalt samen met de ademhaling, spreken we van ´hartcoherentie´.

Wanneer de parasympaticus door tragere, gebalanceerde ademhaling actief wordt, kan ook het hart rustig worden. Het hart geeft vervolgens het signaal aan de hersenen dat alles ´veilig´ is.

De activiteit van de vagus wordt indirect gemeten door de hartritmevariabiliteit. Hoe groter de hartritmevariabiliteit, hoe beter het systeem kan schakelen tussen parasympaticus en sympaticus.

hartritmevariabiliteit

Aan de hand van een meting van de hartslag en de variatie in tijd tussen twee hartslagen, krijgen we informatie over de werking van de parasympaticus en sympaticus. Tijdens een hartcoherentietraining gaan we ritmisch ademen op jouw persoonlijke frequentie waarbij de sympatische en parasympatische activiteit in balans wordt gebracht: er ontstaat een evenwicht en rust in je brein, in je zenuwstelsel en in het gehele lichaam.

Het ritmisch ademen vanuit de hartcoherentietraining heeft een positief effect op de balans in het lichaam. Door deze vernieuwde balans wordt de hartritmevariabiliteit verhoogd. Het lichaam kan opnieuw vlotter schakelen tussen actie en rust. Het autonoom zenuwstelsel wordt als het ware opnieuw geprogrammeerd waardoor het lichaam uit de chronische ´freeze´ of chronische ´vecht- en vlucht´-reactie komt. Het vraagt heel wat oefening en toewijding om het zenuwstelsel structureel en duurzaam te ´resetten´. Doordat ons lichaam en zenuwstelsel (neuro)plastisch is, kunnen we via oefeningen ons lichaam herstellen.

De link met hartcoherentietraining en het heilzame effect op het lichaam na trauma is hiermee gelegd.

 

Ik wens je nog veel onderzoeksplezier,
Mathieu Devies

 

 

Heb je nog vragen naar aanleiding van deze blog? Laat een berichtje na, of bel ons op.

 


 

Zowel Mathieu als Lisbeth bieden hartcoherentietraining in de Cocon aan.
Hartcoherentietraining kan autonoom of als een deelaspect van een langdurige therapie worden ingezet.
Een sessie van een uur kost 60,00 euro. Anderhalf uur wordt aan 80,00 euro aangerekend.